(B)right 2 Write

Groe(n)tjes van een groene bakker

Bakker Barend Van Buikegem was weer vroeg op. De haan had niet eens durven kraaien. Och ja, op zo’n uur voelde hij zich toch als een kip zonder kop.

Hij moest beginnen bakken, maar was liever in zijn bed blijven plakken.

Hij keek naar al dat gebak, maar voelde zich niet op zijn gemak.

Altijd maar die zoetigheid moeten maken. Stroperige smurrie. Suikerige plakboel, waarvan je tanden geel en rot worden. Brrrrr. Het enige leuke aan zijn werk was dat hij kunstwerkjes mocht creëren. Hij bedacht taartjes met 4 stukken fruit in evenwichtige delen voor de high tea van de Deftige Damesclub. Hij vond een toren uit van tutti frutti en slagroom met een voetballertje van glanzend glazuur, gedecoreerd met glitters voor de jarige Job die vorige week kampioen was geworden met FC Trap en Sjot. Bah! Spuugzat was hij al die zoetigheid. Hij hield van hartig en zout.

Barend had vandaag zin om voor een keer eens haantje de voorste te spelen en hoog van de toren te blazen. Hij stampte keihard op de grond. Ja, hij zou vandaag eens taartjes bakken die hij zelf lekker vond. Hij liet zich helemaal gaan. Het deeg werd hartig met een subtiel uitgedokterd mengsel van kruiden en de groentedecoratie was zijn eigen groet aan de gezondheid van het dorp. Uiteraard zorgde een snuifje zout voor de laatste sublieme smaaktoets.

Kukeleku – ja hij was juist op tijd klaar; voor al die vroege vogels aan hun dag wouden beginnen. Hij opende de rood-witte luifels van zijn winkeltje op het marktplein. Broodjes had hij ook gebakken – ze waren uiteraard kakelvers. Hij was nu vooral trots op zijn vitrine: rode bietentaartjes met spinaziecrème, wortelcake met een zalig zilte garnering en spruitensoesjes met een vulling van witte kool en een laagje van zoute pinda’s erover.

Tingeling, daar kwam juffrouw Dina al binnen getippeld op haar hoge hakken. Goedemorgen bakker! “Ik had graag twee zachte volkorenbroodjes – licht gebakken. Geeft u mij ook maar 6 van die aardbeientaartjes en 3 appelsiencakejes voor de afternoon tea van de bridgeclub.”

Ting. “Ha die Barend,” kwam Ronald snel binnen vallen. “Geef mij vlug zo’n soesje want ik moet naar school. Mmmmm, het water komt mij in de mond – dat wordt smullen tijdens de pauze.”

De ganse dag bediende Barend zijn klanten met een grote glimlach. Iedereen liet zich verleiden door zijn schitterende creaties. Niemand leek op het eerste gezicht door te hebben dat hij niet met zoete lekkernijen naar huis ging. Uiteraard kon hij het niet laten om regelmatig zelf te proeven. Tja, dat hoorde natuurlijk bij zijn beroep; kwaliteitscontrole.

De volgende morgen, toen Jantje Maan zelfs nog niet besloten had te verdwijnen van het hemeldek van het rustige dorpje, voelde bakker Barend Van Buikegem zich weer kiplekker. Hij zat te broeden op datgene waar hij al zo lang mee zat. Hij stond recht. Vastbesloten. Ik doe het opnieuw!

Opzij, opzij, opzij,

chocolade paasei

Bah! Basta! Weg met al die taart!

Ik speel met een andere kaart.

Ik maak weer dezelfde “fout.”

en ga resoluut voor “zout.”

“Aha! Ja ja! Mijn hart gaat voor hartig,” bedacht hij terwijl hij verheerlijkt over zijn schommelbuik wreef.  Hij ging aan de slag, maar toch was het ergens met een klein hartje. Wat zouden de dorpelingen wel denken van zijn nieuwe aanpak? Ze hielden zo van smikkelen en smullen van zijn voor hen zoete zaligheden. Nadat het zonnetje eindelijk Jantje Maan in zijn bed had durven jagen en langzaam het lokale luilekkerland van de bakkerij met haar stralen durfde te verwarmen, zette Barend zich schrap voor de eerste winkelbel. Zijn klanten zouden nu wel ontdekt hebben dat hij heel andere recepten had gebruikt Ze zouden toch niet denken dat hij hen vergiftigd had?

Vreemd. Er gebeurde niets. Plots zag hij Ronald voorbijflitsen, die uitdagend zijn tong naar hem uitstak. Oeps, dat was duidelijk. Maar hé, daar kwam zijn moeder aan; die kwam niet zo vaak bij hem over de vloer.

Oei, oei, oei, had ik het wel moeten doen?

Tja, ik hou zo van gezond en groen,

maar voor al die dorpelingen is zout wellicht helemaal fout?

Barend voelde zich een heel stuk kleiner worden toen de deur werd opengedaan.

“Dag mevrouw Mellekens. Mooi weertje, niet. Eh, hoe gaat het met Ronald? En eh, met u natuurlijk?”

“Fantastisch bakker! Ik moet u feliciteren!”

“Eh, eh…?”

“Ja natuurlijk! Ronald vertelde mij over dat hapje dat hij bij u had gekocht. Eigenlijk was het niet wat hij verwacht had, maar ik ben blij dat mijn kapoen nu eindelijk eens iets gezonds binnen krijgt. Bijzonder ziet alles er trouwens ook uit. Ik was gisteren bij de Bridgeclub van de Deftige Dames…”

Slik, kuch – Barend moest even hoesten. Nu zou het komen. Hij zou bedolven worden onder de kritiek…. Bij… bijzonder?

“Inderdaad bakker. Mmmm magische maaltijd zo’n zout hartig gebakje. Iedereen was echt helemaal van de kaart. Figuurlijk dan, want bridge hebben we met extra enthousiasme gespeeld. Zo’n zalige zonde!  U heeft er toch nog? Geeft u mij maar 7 verschillende soorten, dan kan mijn Ronaldje er elke dag een eten en voor volgende week bestel ik graag 2 dozijn voor ons wekelijkse theekransje.”

“Uiteraard! Uitstekend! Uit de kunst!”

Zodra mevrouw weer gepakt en gezakt vertrokken was, wou Bakker Barend zijn blijheid van de daken schreeuwen! Jihaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa! Barend kon wel zingen van blijdschap.

Zo’n suikertaart is niet de moeite waard.

Zoet is gewoon niet goed.

Leg suiker aan banden

want het is super slecht voor je tanden.

Tingeling. De deurbel speelde weer haar deuntje. Aha, tandarts Mondmans! Cheese! Barend toonde zijn grootste glimlach. “U heeft zeker ook gehoord over mijn fabuleuze baksels?”

“Maar man toch, wat bazel je nu? Misbaksels bedoel je! Ja, jij valt ook in die categorie! Laat de mensen toch stroop, slagroom en suiker smullen. Daar krijgen ze gaatjes van in hun tanden en dan heb ik ten minste genoeg werk.”

“Mondmans! Ik kies niet meer voor jou! Schaam je je niet om zo kieskeurig te zijn? Wees blij dat ik een tandje heb bijgestoken om bij te dragen aan de gezondheid van ons dorp. “

Tja, nu stond de tandarts toch wel even met zijn mond vol tanden.

“Word vanaf nu maar kwaliteitscontroleur,” zei Barend inventief.” Iedereen zal blij zijn om te horen dat ze elk jaar hun tanden bloot kunnen lachen. “Glimlach elke dag” wordt uw nieuwe slogan.”

De tandarts droop af en besloot zijn eigen boontjes te doppen met een andere aanpak. Tja, boontje komt om zijn loontje met zo’n egoïsme (soms toch). Buiten Ronaldje, waren de dorpelingen helemaal niet van sla-g, maar sla-agden ze erin van slataartjes te gaan houden en waren ze al vlug geen groentjes meer in vegetarische baksels.  Het gras bleek toch niet groener aan de andere kant van Suikerland.

Het verhaaltje over onze bakker-spruit is bijna uit.

De moraal van dit verhaal: Wees uniek. Wees ludiek. Onverw8 vind je je kr8 vol pr8!

P.S. Jullie krijgen ge9 groe(n)ten van Bakker Barend. Iedereen ziet nu groen van jaloezie omwille van zijn originele prestatie.

Groe(n)tjes van een groene bakker

Ravenstraat 75 - 3000 Leuven 3000 Leuven
leona@bright2write.be
T +32 473 53 07 64
F BE 0554.913.343

Privacy
Disclaimer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

{{ newsletter_message }}

x