Het recept voor een roman.

Schrijven kun je vergelijken met koken: je moet de mise-en-place voorbereiden, de ingrediënten volgens de juiste verhoudingen zorgvuldig bepalen en op de ideale plaats dresseren, zodat ze degene voor wie je al dit werk doet kan verrassen.

Als een echte chef-kok neem ik je graag mee naar de keuken om de geheimen van vele soorten bereidingen met macaroniletters via het schrijven van een roman te ontdekken.

De voorbereiding zorgt ervoor dat je letterkoekjes perfect gebakken zullen zijn. Leg alle inhoudselementen klaar en stel een werkmethode op. Leg de basiselementen van het verhaal op tafel (personages, decor, situatie, thema), breng de intrige aan de kook (verhaalontwikkeling, perspectief, tijd, begin, slot en opbouw van scènes) en geef wat extra smaak door te kruiden met stilistische variaties.

Ga naar de woorden- en beeldenmarkt en shop alle basisingrediënten bij elkaar.

  • Zoek foto’s van de personages en verzamel alle elementen die de tijdsloop bepalen. Details zijn belangrijk!
  • Verifieer gegevens, haal informatie uit de realiteit en lees relevante informatie in verband met je onderwerp.
  • Je hebt een goede grond van geloofwaardigheid en herkenbaarheid nodig, zodat je een stevige bakbasis krijgt die de krokante bodem van jouw verhaalgerecht onderbouwt. Fantasie is hierbij overigens niet uitgesloten.

Er zijn vier basisingrediënten: personages, decor, situatie, thema.

  1. Een smoothie van personages.

Je hoeft niet alles te zeggen. Eén detail kan genoeg zijn voor een ganse beschrijving (vb. lederen motorpak).

In boeken kun je met namen ook iets doen. Vb. Charles De la Toison d’or maakt een buiging (de lezer verwacht dat hij dit plechtig en sierlijk doet) en Piet Leutermans maakt een buiging (waarschijnlijk plomp en brutaal).

  1. Het decor als pannenset om alles perfect te bereiden.

Het maakt wel degelijk uit waar je je verhaal situeert. Waar wil je vakantie het liefste doorbrengen? In Paradisio del Mare of Blankenberge; andere plaatsen brengen je in een heel andere keuken en sfeer terecht. De situatie is ook belangrijk. Als het buiten bliksemt, zou het vuur wel eens in de pan kunnen slaan en krijg je ofwel aangebrande prak ofwel een gesofisticeerd geflambeerd gerecht. Bij een zomerzonnetje zou alles wel eens suikerzoet kunnen worden met een extra vrolijkheidssausje. Net zoals je duidelijk moet weten wat er allemaal in je keuken aanwezig is, moeten plaatsen correct en specifiek beschreven worden om extra geloofwaardigheid te geven aan een verhaal. Schrijven is verantwoord kiezen.

  1. Het boodschappenlijstje met de situatie.

De situatie is een geheel van gegevens van waaruit je verhaal vertrekt. Zorg voor genoeg spanning en conflict. Leg van tevoren je keuze vast. “Ze houden van elkaar” is immers een totaal ander verhaal als “ze hielden van elkaar.”

  1. Bepaal een seizoensthema om het extra aantrekkelijk te maken voor je gasten.

De thematiek bepaalt het menu ofwel waar je boek over gaat. Je verleidt tot lezen en krijgt vat op de wereld. Maak een beschrijving in één woord en kies dan een motto: bijvoorbeeld: “Stoomkoken. Een opmerkelijke ervaring.”

Aan de hand van deze vier elementen (personages, decor, situatie, thema) bepaal je wat de belangrijkste peiler is en dus jouw volledige menu. Dit bepaalt het soort van boek. Je moet ook bedenken in welke grammaticale stijl je het vertelt en wie het vertelt. Het gemakkelijke is een alwetende verteller omdat dit veel mogelijkheden biedt, maar je bent natuurlijk vrij om een bijzonder perspectief te kiezen (In de roman van Guy Bogaert is degene die het verhaal brengt een plein).

Nadat je alle ingrediënten bij elkaar hebt gebracht, is het tijd om te beginnen koken, bakken en braden. Je start met het bouwen van een plot. Je moet je afvragen wat de intrige is en wat er gebeurt.

Begin de plotopbouw door te bepalen wat je als eindresultaat gaat voorschotelen. Bepaal waar je verhaal eindigt.

High five! Hier bestaan 5 manieren voor:

  1. Ommekeer. Op het einde van het verhaal is de persoon iemand helemaal anders.
  2. Verrassend einde. De grootmeester van dit genre is Roald Dahl. Alles wat vooraf gaan hat te maken met het einde.
  3. Begrijp de truc  om te zorgen dat de allereerste en de allerlaatste zin op elkaar zijn afgestemd.
  4. Een samenvatting.
  5. Open einde (of een opende met ergens de belofte dat alles OK zal zijn).

Alles tussen het begin en het einde doet er toe. Schrijf elke scène uit. Zet het plot van een verhaal een stuk verder.

Bedenk wat je in het eerste hoofdstuk geeft. Weet hoeveel ingrediënten er zijn en hoe je ze moet klaar maken. Houd de lezer in de gaten. Je moet de lezer blijven boeien.

Pas als alle scènes zijn uitgeschreven, kun je beginnen met schrijven. Vergeet het belang van de openingszin niet en besef dat elk woord, zoals een kruid in een gerecht, een effect heeft.

Tot slot bepaal je nog je stijlniveau. Heb oog voor details. Houd daarbij rekening met de volgende gegevens:

-          Je bent de schrijver wie je bent, met je eigen stijl en uitdrukkingswijze.

-          Stijl is vaak mode en tijdsgebonden. Aangezien we mensen van onze tijd zijn worden we er door beïnvloed.

-          Schrijf zo goed mogelijk. Kies de meest geschikte vorm voor je personages. Leef je in hen in.

Serveer en laat smullen.

Complimenten voor de chef mag je aanvaarden.

 

Meer items

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

x